Ramsewak Shankar werd geboren op 6 november 1937 en is een Surinaams politicus. Hij studeerde landbouwkunde aan de Landbouwhogeschool Wageningen (nu Wageningen University & Research) en was een jaar bestuurslid van de studentenvereniging Unitas Studiosorum Vadae (USV).
Shankar sloot zich aan bij de Verenigde Hindostaanse Partij (VHP). In 1969 was hij minister van Politie en Justitie in het zakenkabinet-May en later minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij in het kabinet-Sedney. Eind 1971 trad hij af als minister om directeur te worden van de Stichting Machinale Landbouw (SML) in Wageningen. Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 werd hij lid van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname (CONS), maar na de Sergeantencoup van 1980 werden alle Surinaamse leden vervangen. In 1981 startte Shankar een eigen rijstbedrijf.
Tijdens de verkiezingen van 1987 werd het Front voor Democratie en Ontwikkeling (FDO) de grootste partij. Het parlement koos Shankar als president; hij werd op 25 januari 1988 ingehuldigd. Als president probeerde hij de banden met Nederland te versterken, wat leidde tot spanningen met legerleider Desi Bouterse. Op 24 december 1990 pleegde het leger de zogenaamde “telefooncoup”, waarbij Shankar en zijn kabinet, inclusief vicepresident Henck Arron, werden afgezet.