William Emanuël Juglall (1899–1980) was Suriname’s eerste gediplomeerde Hindoestaanse onderwijzer in dienst van de Evangelische Broedergemeente Suriname (EBGS). Naast zijn betekenis voor het onderwijs zou hij zich vanaf de jaren veertig ook profileren als politicus. In 1951 werd hij benoemd tot landsminister van Onderwijs en Volksontwikkeling, en gelijktijdig tot landsminister van Volksgezondheid.
Juglall volgde zijn onderwijzersopleiding in Suriname en trad in 1918 in dienst van de EBGS als de eerste Hindoestaanse leerkracht met een diploma. In 1929 behaalde hij in Nederland zijn hoofdakte, waarna hij terugkeerde naar Suriname. Daar was hij niet alleen schoolhoofd, maar ook directeur van de opleidingsschool van de EBG voor fröbelleerkrachten.
In deze periode leerde hij zijn echtgenote kennen, met wie hij in 1935 trouwde. Zij was geboren als Esther Susanna Sriman (1907–1959) en nam later, in navolging van haar vader, de naam Esther Panjab Singh aan. Samen kregen zij meerdere kinderen. Van Esther zijn verschillende foto’s bewaard gebleven, gemaakt door P.M. Legêne. Een bekende foto draagt het onderschrift:
“De Hindoestaanse Esther Sriman gaf zangles aan de kinderen van Brits-Indische afkomst in een EBG-weeshuis te Alkmaar in Suriname. Jaren ’20.”
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Juglall actief binnen de in 1943 opgerichte politieke organisatie Unie Suriname, onder leiding van Wim Bos Verschuur. Deze organisatie voerde de leus ‘Baas in eigen huis’ en pleitte al vroeg voor de onafhankelijkheid van Suriname. Bos Verschuur werd vanwege zijn felle kritiek op gouverneur Johannes Kielstra tijdens de oorlogsjaren geïnterneerd, een gebeurtenis die in belangrijke mate bijdroeg aan de latere vervanging van de gouverneur.
In 1946 behoorde Juglall tot de eerste bestuursleden van de Nationale Partij Suriname (NPS). Na de eerste algemene verkiezingen van 1949, waarin de NPS een meerderheid behaalde in de Staten van Suriname, ontstonden interne spanningen binnen de partij. Deze leidden tot het ontslag van landsminister Lou Lichtveld. Om vervroegde verkiezingen af te dwingen, legde NPS-statenlid Emile de la Fuente zijn zetel neer.
Bij de daaropvolgende tussentijdse verkiezingen in 1950 trad Juglall aan als NPS-kandidaat. Hiermee wilde de overwegend Creoolse partij haar multi-etnische karakter onderstrepen. Juglall won deze verkiezing van Sophie Redmond, wat in 1951 leidde tot nieuwe algemene verkiezingen.
Na deze verkiezingen werd Juglall benoemd tot landsminister van Onderwijs en Volksontwikkeling en landsminister van Volksgezondheid. Zijn ministerschap eindigde in 1955, toen de NPS bij de verkiezingen slechts twee van de 21 zetels in de Staten wist te behalen.
Na zijn pensionering vestigde Juglall zich in Nederland. In 1965 werd hij benoemd tot waarnemend gevolmachtigde minister van Suriname. Daarnaast was hij erevoorzitter van de Hindoestaans-Christelijke Werkgroepen in Nederland.
Juglall liet ook een belangrijk literair nalatenschap achter. In 1963 publiceerde hij het boek “Van Brits-Indisch emigrant tot burger van Suriname”, waarin hij onder meer ingaat op het onderwijs aan nakomelingen van Brits-Indische immigranten. Eerder schreef hij al “Een Britsch-Indische school te Paramaribo”, een van de vroegste beschouwingen over dit onderwerp.